Bewonersparticipatie – aanpak bepaalt succes: 3 valkuilen en wat dan wel werkt

De tekst voor dit artikel is aangeleverd door Marianne Zuur – auteur handboek Bewonersparticipatie en trainer van de leergang Bewonersparticipatie.

Het plan heeft een tekening, een planning en een budget. Maar het landt achter de voordeur, bij mensen die er iets mee moeten. Wie dat vergeet, komt bij die voordeur tot stilstand.

Straten open, riolering vervangen, een warmtenet in de wijk of glasvezel in de stoep. Wegen die van richting veranderen. Een speeltuin en buurtplantsoen die een nieuwe inrichting krijgen. Accommodatiebeleid dat moet uitmonden in een nieuwe locatie voor buurthuis of sportzaal. Parkeerplaatsen die verdwijnen voor groen of een openbare laadfaciliteit. Opvang voor kwetsbare groepen die in de buurt wordt gehuisvest. Een woontoren voor starters en senioren op dat stuk speelgrond dat al jaren braak ligt.

Op papier zijn dat ruimtelijke projecten. Ze hebben een tekening, een planning en een budget, en jaren aan voorbereidend werk op het gemeentehuis.

Maar ze landen allemaal op dezelfde plek: achter de voordeur. Bij mensen die er iets mee moeten. Er komt meer druk op hun faciliteiten, ze moeten er hun leven op aanpassen, of ze moeten er iets aan doen of meebetalen. Het ruimtelijke spoor grijpt in op de leefomgeving én op de leefbaarheid.

Er lopen dus twee sporen naast elkaar: het ruimtelijke en het menselijke. Wie alleen het eerste plant, komt bij die voordeur tot stilstand.

“Ik loop nu twintig jaar in wijken rond, van keukentafel tot raadszaal, en ik zie het steeds op ongeveer dezelfde manieren misgaan. Er zijn er meer, maar deze drie kom ik het vaakst tegen. 

De figuur hieronder vat de valkuilen en de tips om deze te voorkomen samen. Ze worden in de tekst toegelicht.

1. Het ene spoor loopt vooruit, het andere moet inhalen

De planning van ruimtelijke en sociale projecten begint jaren voordat er iemand aanbelt. Dat is ook logisch: die kant heeft nu eenmaal een lange doorlooptijd. Maar het gevolg is dat er al heel veel vaststaat op het moment dat bewoners voor het eerst iets horen. En dan vragen we hun mening over iets waar weinig tot geen echte invloed mogelijk is.

Bewoners voelen dat feilloos aan. De opkomst valt tegen, de toon wordt scherp, en aan het eind concluderen we dat er “geen draagvlak” is.

Wat wel werkt

Plan het menselijke spoor even serieus als het technische, vanaf dag één, met eigen mijlpalen en een eigen budget. En begin niet met zenden, maar met meten waar de wijk staat. Mensen doorlopen bij zo’n verandering een reis: van “er speelt iets” naar begrijpen wat het voor hun situatie betekent, dan een voorkeur durven vormen, en dan pas kunnen ze in actie komen. Sluit goed aan.

Wees daarbij glashelder over de kaders: wat ligt vast en waar is echte ruimte? Dat is geen zwaktebod. Het is precies wat een gesprek eerlijk maakt.

2. Je praat met de vaste kring

De wijkavond trekt de mensen die altijd komen. De enquête wordt ingevuld door wie toch al betrokken is. Beide leveren echte informatie op, maar het is de informatie van een klein deel van de wijk. De stille meerderheid blijft onzichtbaar, en die duikt later alsnog op: bij de bezwaarprocedure, in de buurtapp of bij de demonstratie.

Wat wel werkt

Aanbellen. Bij iedereen, in meerdere rondes, op verschillende dagen en tijden. Dat kost inspanning, maar het levert bereik en betrokkenheid op die geen enkele wijkavond haalt. “In de wijken waar wij aanbellen, behalen we een bereik van meer dan 90% en voeren we gesprekken met meer dan 50% van de bewoners.”

En het mooiste: je komt voorbij de vaste kring. Je ontmoet gewone mensen die eigenlijk geen tijd hebben, maar wel bijdragen. En mensen die meer willen betekenen voor hun wijk, zowel bekende als nieuwe sleutelpersonen.

Eén ding daarbij, want dit is de randvoorwaarde die het verschil maakt: kom iets brengen, niet alleen halen. “Wederkerigheid is geen aardigheidje aan de rand van het proces. Het is de kern van je participatieproces.”

3. Je houdt het bij het onderwerp van je eigen project

Je komt praten over warmte, en ze beginnen over de stoeptegels. Over hardrijden in de straat, over de vuilnisbakken, over dat er niets meer te doen is voor de jeugd. Het is verleidelijk om dat te lezen als afleiding, of als iets voor een collega.

Maar bewoners hebben geen dossiers. Ze hebben een straat. “Wat jij als afleiding ziet, is voor hen de context waarin jouw voorstel moet landen, en vaak ook de reden dat het vertrouwen laag is. Want je bent de zoveelste die langskomt, en er verandert niets.”

Wat wel werkt

Die stoeptegels zijn de ingang, niet de uitgang. Als je toch de hele wijk spreekt, haal dan meteen op wat er verder speelt. Dan krijg je naast je eigen project een wijkagenda cadeau: wat zijn de prioriteiten, wat moet de gemeente doen en wat kunnen bewoners samen zelf?

Zo wordt één opgave de aanleiding voor iets groters. De aanleiding is aangepakt, de wijkagenda is gevuld, het ruimtelijke traject is gevoed én er staat een groep mensen die verder wil. Die gemeenschap draagt ook de volgende opgave. En die komt er, want er komt altijd een volgende.

Wat is de grote gemene deler voor succes?

Begin bij bewoners, niet bij het plan. Niet om het plan minder belangrijk te maken, maar omdat het plan zonder die mensen nergens komt.

En eerlijk: dat is binnen je eigen organisatie vaak spannender dan buiten. Meer ruimte geven aan de wijk vraagt dat collega’s en bestuurders die ruimte durven geven en vrijlaten. “Participatie die buiten slaagt, is binnen begonnen. Maar dat is een verhaal voor een volgende keer.”

Ik geef bij Hartelijk Gefaciliteerd de leergang Bewonersparticipatie over precies dit onderwerp: bewonersparticipatie bij transities en maatschappelijke opgaven. De reis van de wijk.

Na de leergang Bewonersparticipatie weet jij welke aanpak werkt in participatietrajecten met bewoners:

  • Hoe zorg je voor een participatie aanpak met daarin een goede afspiegeling van bewoners en hun ideeën, meningen en opvattingen?
  • Wat moet je doen om ervoor te zorgen dat bewoners bijdragen en eventueel acties op zich willen nemen?
  • Hoe krijg je het voor elkaar dat bewoners elkaar inspireren en komen met creatieve ideeën?
  • Wat maakt dat in de ene gemeente een groep bewoners initiatief tot buurtactie neemt en ergens anders er veel weerstand en passiviteit is? Wat is het verschil in aanpak?
  • Hoe zorg je ervoor dat overleggen soepel en positief verlopen?

Wat je nodig hebt is:

  • Een aanpak waarmee je met alle verschillende type bewoners (voor- en tegenstanders) contact kunt maken.
  • Een aanpak die aanspreekt en makkelijk uitvoerbaar is.
  • Een aanpak die eigenaarschap creëert in het plangebied.

Wij geven deze leergang als open inschrijving of in-company. Wat we terug krijgen is:
– “Eindelijk overzicht en inzicht in hoe ik bewonersparticipatie goed aanpak”.
– “Dit legt bloot waar we intern steken laten vallen en wat daar aan te doen.”
– “Nu weet ik hoe wij zelf als gemeente weerstand versterken en hoe dat patroon te doorbreken.”

Stel je vraag of even sparren?
Wil je meer weten? Bel of app me. Of stuur je vraag via onze contactpagina.

Marianne Zuur
marianne@hartelijkgefaciliteerd.nl
06-24 13 41 06

Mijn boek voer Bewonersparticipatie bestel je op managementboek.nl

#warmtetransitie #bewonersparticipatie #Communifiers #omgevingsmanagement #participatie#HartelijkGefaciliteerd